| |
|
Zeeschildpadden
komen in alle oceanen in de gematigde en tropische
zones van de wereld voor. De dieren brengen de
meeste tijd van hun leven onder water door, maar
moeten regelmatig naar het wateroppervlak komen om
adem te halen. Het interval tussen twee ademteugen
loopt uiteen van een paar minuten tot een paar uur,
afhankelijk van de soort, de activiteit en de diepte
van de duik van de schildpad.
Al met al
spenderen de meeste zeeschildpadden slechts 3-6% van
hun leven aan het wateroppervlak. Zeeschildpadden
kunnen grote afstanden afleggen. Het
foerageergebied, waar ze de meeste tijd van het jaar
doorbrengen, kan op duizenden kilometers afstand van
het broedgebied liggen.
Zeeschildpadden
paren in open zee. De copulatie kan wel zes uur
duren. Het vrouwtje paart in een korte periode met
verscheidene mannetjes en slaat het sperma op.
Ongeveer twee weken na deze periode klimt ze 's
nachts het strand op om een nest te maken. Met haar
voorflippers maakt ze een stukje van het strand dat
ze geschikt vindt schoon. Vervolgens graaft ze met
haar achterflippers een flesvormige kuil, waarin ze
ongeveer honderd eieren ter grootte van een
pingpongballetje legt. Voor ze naar zee terugkeert
dekt ze het nest af met zand. Ze zal nooit meer naar
dit nest terugkeren, want zeeschildpadden kennen
geen broedzorg. Het sperma dat ze in de
paringsperiode heeft opgeslagen, gebruikt ze om een
volgende set eieren te bevruchten. Na tien tot
twintig dagen komt ze terug naar het strand om een
tweede nest te maken. In totaal kan een vrouwje per
seizoen twee tot zes nesten maken. De meeste
vrouwtjes broeden niet elk jaar. Het interval tussen
twee broedseizoenen kan voor volwassen vrouwjes
variëren van een tot negen jaar, afhankelijk van de
soort. |
|
|
|