| |
Alle amfibieën
zijn aan water gebonden om hun eieren te leggen. De eieren
hebben namelijk geen schaal en worden in het water tegen
uitdroging beschermd.
Ook als volwassen dieren zijn de amfibieën aan het water
gebonden, want ze hebben een naakte huid die bedekt is met
een laag slijm. Dit slijm bevat veel water en moet dus
vochtig gehouden worden. Waar het water vandaan komt heeft
geen belang. Het kan zelfs verdampingswater van de bomen uit
het tropisch regenwoud zijn of regenwater dat in een
holletje van boomschors blijft staan.
Amfibieën noemt men ook wel tweeslachtige dieren omdat ze in
twee verschillende milieus kunnen leven: zowel in het water
als op het land. Toch zijn er ook uitzonderingen die vrijwel
uitsluitend in één van beide biotopen leven.
Alle kikkers, salamanders en
padden zijn in het beginstadium van hun leven visachtige
larven zonder poten en met een ademhaling door middel van
uitwendige kieuwen. De jongen lijken helemaal niet op de
volwassen dieren. Wanneer ze groter worden ondergaan ze een
gedaanteverandering of metamorfose. Dit verschijnsel treffen
we ook aan bij de insecten. De jongen voeden zich met
plankton, plantenresten en kleine diertjes. Wanneer ze
dikkopjes of kikkervisjes zijn, ontwikkelen zich eerst de
achterpoten en daarna de voorpoten.
|
|
|