Met zijn beerachtige uiterlijk, zijn gewoonte om zijn territorium te markeren met muskus of urine en de lichte strepen op zijn lichaam doet de veelvraat sterk denken aan het stinkdier.
Maar in werkelijkheid maakt hij deel uit van de wezelfamilie. De veelvraat heeft een geduchte reputatie als vandaal en moordenaar, al zijn de verhalen over zijn dodelijke aanvallen op elanden waarschijnlijk overdreven. Hij eet vooral kadavers. In de dierenwereld wordt hij gerespecteerd om zijn woestheid en soms geven zelfs grizzlyberen hun prooi op wanneer ze geconfronteerd worden met de ontblote tanden van een veelvraat.
Hij staat er ook om bekend dat hij vallen leegrooft, voedsel begraaft om het later op te eten en hutten plundert op zoek naar iets eetbaars, wat hem de soortnaam Gulo, 'gulzigaard', heeft opgeleverd. Het bont van de veelvraat wordt veel gebruikt in capuchons, omdat het de enige bontsoort is waarop je in de kou kunt ademen zonder dat hij bevriest.
De veelvraat het mannetje weegt 10-18 kg het vrouwtje 5,8-12 kg. Komt vooral voor in Noord-Amerika, Scandinavië, Oost-Europa, Siberië en Azië. De veelvraat is gemakkelijk te herkennen heeft een glanzende, donkerbruine vacht met vaalgele strepen van schouder tot achterdeel, soms met bleke kraag of sokken en een lange pluimstaart. |