Betekenissen van volgende gegevens:
Genus Aptenodytes (Vleugelloze duiker): De grote pinguïns
Genus Pygoscelis (Elleboog poten!): De borstelstaart pinguïns
Genus Eudyptes (Prachtige duiker): Kuif- of helmpinguïns (gele kuif)
Genus Spheniscus (Wigvormig): Gestreepte pinguïns
Genus Megadyptes (Grote duiker): Geeloogpinguïn
Genus Eudyptula (kleine prachtige duiker): De kleine pinguïns
Een veelvoorkomend misverstand is dat pinguïns alleen op de Zuidpool zouden voorkomen. Zij worden echter ook in Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en op de Galápagos-eilanden aangetroffen.
Ze vangen hun voedsel, voornamelijk vissen en schaaldieren, onder water. Hiertoe zijn hun vleugels zwemorganen geworden en ze vliegen als het ware in het water. Daarbij kunnen zij lang onder water blijven.
De meeste pinguïnsoorten nestelen in gaten of holen om zich zo in enige mate tegen de zon te beschermen en verbeteren dit met takjes en ander nestmatriaal