| De goed gecamoufleerde luipaard is beroemd om zijn aanpassingsvermogen. Hij combineert zijn perfect ontwikkelde zintuigen met een opmerkelijke handigheid om onopgemerkt te blijven.
De luipaard leeft het grootste deel van de tijd solitair, in de regel binnen een vast omlijnd territorium. Alleen de paartijd en de periode dat de vrouwtjes jongen hebben vormen uitzonderingen hierop. Bij een teveel aan luipaarden in een bepaald gebied zou op de lange termijn het gevaar voor voedseltekort ontstaan door overbejaging of verdrijving van de prooidieren. Net als andere vertegenwoordigers van de katachtigen markeert de luipaard de grenzen van zijn territorium met urine en voorziet bomen van krabsporen. Op plaatsen waar veel wild leeft, zijn de territoria kleiner dan in wildarme gebieden. Territoria van mannetjes zijn in de regel groter dan van de vrouwtjes en snijden vaak die van één of meer vrouwtjes.
Wegens de schoonheid van zijn pels is de luipaard lange tijd bejaagd. Men schat dat in Oost-Afrika in het begin van de jaren '60 ongeveer 50.000 dieren zijn gedood. Momenteel is de luipaard een beschermde diersoort, maar wordt desondanks nog steeds zwaar belaagd door herders en stropers. Hoewel de luipaard soms door mensen gehouden vee rooft. Beginnen boeren zo langzamerhand zijn nut voor het beheersen van de bavianen- en wilde zwijnenstand te beseffen: op plaatsen waar de luipaard uitgeroeid is, brengen deze dieren namelijk schade toe aan de oogst op de velden.
De beide sexen komen gedurende zes of zeven dagen, wanneer het vrouwtje paringsbereid is, samen voor de paring. Het mannetje wordt aangelokt door de sterke geur van de urine die het vrouwtje tegen de bomen sproeit. Na de paring keert het mannetje naar zijn eigen territorium terug en bemoeit zich noch met de geboorte noch met het grootbrengen van de jongen. De jongen komen na een korte zwangerschap van drie maanden op een goed verborgen schuilplaats ter wereld. Een langere draagtijd zou het vrouwtje beperken in haar mogelijkheid om te jagen.
Gewoonlijk jaagt het luipaard in de ochtend- en avondschemering en gebruikt daarbij een gecombineerde sluip- en aanvalstechniek om zijn prooi te vangen. Soms ligt het dier doodstil in een hinderlaag klaar om te springen. Bijvoorbeeld op de tak van een boom, maar meestal besluipt het zijn prooi met dodelijke rust en behendigheid. De prooi wordt gedood door een slag in de hals met de klauwen of door een beet in de nek. Vaak sleept hij de prooi die soms net zo zwaar is als de luipaard zelf, een boom in en hangt het daar hoog tussen de takken. Daar is het veilig voor eventuele prooidieven als jakhalzen en hyena's. Na te hebben gegeten gaat de luipaard als regel naar een poel om te drinken. De luipaard maakt jacht op een groot aantal diersoorten, van bavianen, knobbelzwijnen en middelgrote antilopen tot kleine zoogdieren en vogels.
De levensverwachting van een luipaard is een 12 jaar in het wild en in gevangenschap toch 20 jaar. De luipaard weegt tussen de 65 en 80 kg. De luipaard heeft een nauw verwante Zuidamerikaanse Jaguar, Panthera onca, heeft een sterk gelijkende vlekkentekening, maar is echter groter en krachtiger gebouwd. |