Hun neus wordt omringd door bladvormige aanhangsels, die zorgen voor de hoefijzerachtige vorm van de neus.
Hun oren hebben een brede basis en zijn spits toelopend naar boven toe. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar bewogen worden. Ze hebben kleine ogen, die nog kleiner lijken door de grootte van het hoefijzer. Hun staart is vrij kort en volledig opgenomen in de staartvlieghuid en lijkt zo één geheel te vormen met de vleugels. Zoals eerder ook al gezegd, zenden ze hun echolocatiesignalen uit langs de neus (= het doel van de hoefijzervorm).
Tot de hoefijzerneuzen behoren ongeveer 70 soorten, waarvan er 5 in Europa voorkomen.