Zoals ook hier de benaming het zegt, hebben ze een gladde snuit (dus geen neusuitsteeksels zoals de hoefijzerneuzen) en ze hebben meestal kleine ogen. Hun staart is volledig of tot de laatste 2 staartwervels in de staartvlieghuid opgenomen, in rust wordt deze naar de buik omgevouwen. In tegenstelling tot de hoefijzerneuzen zenden ze dus hun echolocatiesignalen uit via de mond. Enkel de grootoorvleermuizen kunnen ook signalen door hun neus uitzenden.
Zoals hieronder te zien is, zijn er veel meer gladneuzen dan hoefijzerneuzen.