De egel is een nachtdier en slaapt overdag in hagen en onder bosjes. Zijn scherpe stekels vormen voor hem de beste bescherming tegen aanvallers.
Luide snuffelgeluiden midden in de nacht in april of augustus kondigen de paartijd van de egels aan. Het mannetje strijkt soms urenlang langs het vrouwtje met het doel haar te paren. Na de paring gaan beide egels weer uit elkaar. De egelbaby's komen na ongeveer 32 dagen in een 'kraamkamernest' ter wereld. Als ze pas in november geboren worden, overleven ze meestal de winter niet.
De egeljongen is gedurende twee weken blind en word door de moeder gezoogd tot ze vast voedsel kunnen verteren. Na ongeveer vier weken neemt de moeder ze voor het eerst mee op een voedselzoektocht. Tien dagen later gaat de familie uit elkaar.
Egels jagen 's nachts. Ze zoeken naar regenwormen, duizendpoten en insekten zoals oorwormen. Ze zijn dol op kevers, maar ook op rupsen en naaktslakken worden niet versmaad. Vaak overvallen ze ook muizennesten en eten de pasgeboren jongen op.
Egels leven solitair. Overdag slapen ze in een zelfgebouwd nest die ze bij het aanbreken van de duisternis verlaten. Zoals veel kleine zoogdieren houdt de egel een echte winterslaap om het koude jaargetijde te ontlopen. In de herfst leggen ze daarom een vetlaag aan.
Vele boswachters dooden vroeger egels omdat ze berucht waren en nog steeds om het leegroven van vogelnesten. Tegenwoordig komen duizenden egels op onze wegen om. Egels zoeken vaak als winterslaapplaats in de herst aangelegde hopen tuinafval op, die meestal later in brand worden gestoken. Daarbij komen honderden dieren om.
De egel weegt gemiddeld 700 gram en is geslachtsrijp na 11 maanden de draagtijd is ongeveer 32 dagen en uit deze worpen komen gemiddeld ook 7 jongen. Die een lengte krijgen van 20-30 cm. Egels leggen per nacht 2 tot 4 km af om zoek naar voedsel. De egel heeft een levensverwachting van 5-6 jaar. |