Er zijn maar weinig zoogdieren in Midden-Europa die we zo goed denken te kennen als de das. Ondanks zijn naamsbekendheid is weinig van zijn leefwijze bekend, omdat de das een groot deel van de dag onder de grond zit.
Dassen zijn gezelschapsdieren. Zij leven samen in familiegroepen. De grootte van de groep is afhankelijk van het aanwezige voedselaanbod in hun woongebied. Soms bevinden zich in een zelfde gebied meerdere groepen.
Iedere gemeenschap bewoont een ondergrondse burcht. De groep wordt aangevoerd door een dominant mannetje dat alle vreemde dassen die de burcht te dicht benaderen verdrijft.
Bij dassen strekt de paartijd zich over een groot aantal maanden uit, van februari tot oktober. Het hoogtepunt valt in augustus, en dan vindt ook meestal de bevruchting plaats. De bevruchte eitjes nestelen zich meestal in december in de baarmoeder, zodat de jongen in de daarop volgende maand februari geboren kunnen worden.
De das eet bijna alles, van kleine zoogdieren van konijnen, veenmollen en ratten - vooral de jongen - tot insecten, naaktslakken en kikkers.. Verscheidene wortels, planten en vruchten maken zijn spijskaart compleet. De das is dus een alleseter. Hoewel de das een krachtig dier is, vindt hij regenwormen toch zijn lievelingskostje.
Alleen de mens vormt een bedreiging voor de das. Het dier, wiens haar nog wel voor scheerkwasten en penselen wordt gebruikt, is door de mens ook voor zijn pels vervolgd, in klemmen gevangen en gebruikt.
Het gewicht van het mannetje is gemiddeld 10-18 kg bij het vrouwtje 7-14 kg. Het dier heeft een levensverwachting van 15 jaar. |