Een adderbeet met dodelijke afloop is zeldzaam, maar het komt voor.
Als in Europa een slang zijn tanden in je zet, is het meestal een adder, gewoon omdat hij zo veel voorkomt - noordelijker zelfs dan enige ander slang ter wereld. Maar hij valt alleen aan als hij schrikt en meestal ligt hij in de zon te doezelen. Het is een vrij trage, dikke slang die zijn prooi - hagedis, muis, veldmuis, spitsmuis of kikker - in een hinderlaag opwacht.
Als een van de weinige slangen is hij volkomen levendbarend; een vrouwtje baart tot achttien jongen, met placenta. De adder is de enige inheemse slang op de Britse eilanden en is daar dus omringd met bijgeloof.
De adder heeft een lengte van 62 cm, heel soms 90 cm. Vrouwtje groter dan mannetje. De adder vind men vooral in het grootste deel van Europa tot 68° NB, tot Noordwest-Spanje en Noord-Italië en tot de Russische Grote Oceaankust. Komt niet voor in Ierland. De adder is makkelijk te herkennen heeft een dik lichaam, driehoekige kop met kenmerkend V-teken. Zigzagstreep over de ruggengraat. Mannetje licht met scherpe zwarte tekening. Verticale pupil in koperkleurig oog. |